Ga naar inhoud Ga naar hoofdnavigatie Ga naar footer

Spanje 3 maart 2022

We zijn een week verder en het is duidelijk dat Rusland in Oekraïne een brute veroveringsoorlog voert waarbij de burgerbevolking niet wordt ontzien. Eind vorige week vreesden we nog dat het land snel onder voet gelopen zou worden en dat de internationale gemeenschap het bij halfhartige sanctiemaatregelen zou houden. Het is nu wel duidelijk dat 1) de Oekraïners zich heldhaftig verzetten, 2) het overgrote deel van de wereld de Russische aanval afkeurt en er door stevige sancties voor zorgt dat Poetin in ieder geval een hoge prijs gaat betalen en 3) op allerlei plaatsen mensen doen wat ze kunnen om de Oekraïense bevolking te helpen. Tekenend vond ik de foto die op Twitter voorbij kwam met daarop een Oekraïens bewegwijzeringsbord waarop te zien was dat alle wegen (voor de Russen, neem ik aan) naar “Гаага”, oftewel Den Haag leiden, waar het Internationaal Strafhof is gehuisvest.

Nieuws uit Spanje dat de wereld over ging was het verhaal van de Oekraïense matroos die besloot het jacht van zijn Russische baas te doen zinken. Hij deed dat na het zien van TV beelden waarop een raket insloeg op een flatgebouw in Kyiv (het blijkt dat we al veel te lang de Russische naam ‘Kiev’ gebruiken) vlakbij zijn eigen woning, Het jacht, met een waarde van 7 miljoen euro, lag op dat moment in een haven op Mallorca. De man werd in de kraag gevat door de Guardia Civil en moest zich verantwoorden voor de rechter. De matroos liet aan de rechter weten dat hij tot zijn daad was gekomen omdat de eigenaar van het jacht wapens produceert waarmee nu Oekraïne wordt aangevallen. De man is in afwachting van zijn proces op vrije voeten gesteld.

Verder maakte premier Pedro Sánchez gisteren in het parlement bekend dat ook Spanje wapens aan de Oekraïeners gaat leveren. Dat was redelijk opzienbarend, omdat coalitiepartner Unidas Podemos daar steeds bezwaar tegen maakte. Toch gaan er nu vanuit Spanje 1.370 anti-tankwapens, een grote hoeveelheid munitie en lichte mitrailleurs naar Oekraïne, zodat het land zich beter kan verdedigen. Daarnaast wordt humanitaire hulp geleverd. Nederland en een forse groep andere Europese landen namen de afgelopen week vergelijkbare besluiten.

Hoewel de snelheid waarmee de besmettingscijfers dalen, iets is afgenomen, is de incidentie deze week onder de 500 gedoken, (en daarmee het besmettingsrisico gedaald van ‘zeer hoog’ naar ‘hoog’). Het is de laagste incidentie sinds half december. Minister van Sanidad kondigde aan dat met ingang van volgende week de Coronacijfers niet meer dagelijks zullen worden gepubliceerd, maar twee keer per week. Voor je het weet worden die cijfers helemaal niet meer gedeeld, dus ik doe er voor liefhebbers toch nog maar even de link bij: https://www.sanidad.gob.es/…/nCov/situacionActual.htm. U ziet daar ook dat inmiddels nog maar 10% van de Spaanse ziekenhuisbedden wordt gebruikt voor mensen met een COVID-infectie. Enkele specialisten zijn nog bezorgd over het effect van carnaval dat de komende dagen duidelijk zal worden. Maar over het geheel genomen lijkt er reden voor optimisme: op dit moment hebben –door vaccinaties en doorstane omicronbesmettingen- zoveel mensen weerstand tegen COVID opgebouwd dat de meeste experts verwachten dat we in ieder geval een aantal rustige maanden tegemoet gaan.

Zo valt ook te verklaren dat vanaf aanstaande zaterdag de zogenaamde ‘contactos estrechos’, oftewel mensen die in nauw contact zijn geweest met iemand die positief is getest, niet meer in quarantaine hoeven. Dat gold al voor mensen die volledig gevaccineerd zijn, maar vanaf zaterdag dus ook voor mensen die niet (volledig) zijn gevaccineerd. De enige algemene maatregel die in Spanje nog geldt, is de verplichting om in ‘publieke’ binnenruimtes een mondkapje te dragen. Buiten hoeft dat al enige tijd niet meer, al kijken Nederlandse gasten er altijd van op hoeveel mensen zekerheidshalve toch nog op straat een kapje dragen. Overigens gaat ook de Spaanse regering kijken of de plicht binnen een mondkapje te dragen nog nodig is, zo kondigde premier Sánchez aan.

Zelf heb ik redelijk met die mondkapjes leren leven. Soms ben ik al een half uur thuis als mijn vrouw Bärbel tegen me zegt ‘het kapje mag wel af hoor’. Momenten waarop ik het wel vervelend vind, zijn bijvoorbeeld lange treinreizen, zoals afgelopen maandag op en neer naar Barcelona. Ik moest toen met een bril op nog van alles lezen, om me voor te bereiden voor de grote telecombeurs ‘mobile world congress’. Twee jaar geleden was dit het eerste grote evenement dat sneuvelde, vooral omdat men het niet verantwoord achtte om 120.000 mensen bij elkaar te brengen, waaronder 30.000 Chinezen. We dachten toen nog dat COVID vooral een Chinees probleem was. Dit jaar was de beurs niet zo groot als voor de pandemie, maar toch weer indrukwekkend. Er was ook een forse groep mooie Nederlandse bedrijven vertegenwoordigd, zowel bij de startups, als bij de meer gevestigde bedrijven. Deze rare tijd biedt kansen: enerzijds hebben we massaal geleerd mobiel te werken, anderzijds wordt steeds duidelijker dat we technologisch minder afhankelijk moeten worden van de buitenwereld.

Dat punt van minder afhankelijk moeten worden van landen buiten de EU kwam ook nog op een ander manier naar voren. In Barcelona liep ik ook het team van de jonge Nederlandse autofabrikant Lightyear weer tegen het lijf. Ze waren vorige week nog in Madrid bij me in de achtertuin geweest, voor een presentatie van hun auto voor de Spaanse markt. Op de foto het economische team van de ambassade dat dit evenement organiseerde. De Lightyear is niet zo maar een auto. Het is een extreem zuinige elektrische auto, die ook nog eens 5 vierkante meter aan zonnepanelen op het dak heeft liggen. Het is een doorontwikkeling van de auto waarmee Eindhovense studenten een jaar of tien geleden de ‘solar challenge’ wonnen. De auto zal in Nederland rond de 8.000 kilometer per jaar op zijn eigen zonne-energie kunnen rijden. In een zonnig land als Spanje kan het aantal ‘ongestekkerde’ kilometers tot wel 20.000 oplopen. Het eerste model, de Lightyear One, komt dit jaar al op markt. In 2025 hoopt Lightyear al 100.000 exemplaren van de minder dure Lightyear 2 te kunnen verkopen. Als auto’s tot wel 60 procent van hun kilometers op ‘eigen’ zonne-energie kunnen rijden, heeft dat niet alleen voordelen voor de eigenaren. Het ontlast ook het elektriciteitsnetwerk. En uiteindelijk hoeven we dan ook minder stroom op te wekken. Wat op zijn beurt onze afhankelijkheid van geïmporteerd gas vermindert. Ik geef toe, het is nog toekomstmuziek, maar je kunt hem al dichterbij horen komen. En er zijn meer redenen om dit jonge bedrijf uit Brabant een warm hart toe te dragen: de auto is prachtig, ze hebben al tientallen patenten op slimme vindingen die ook verder in de auto-industrie gebruikt kunnen worden en het bedrijf wordt getrokken door een grote groep slimme, bevlogen en creatieve twintigers en dertigers. Lichtpuntje. Ik wens u een goede avond,

Jan Versteeg