Ga naar inhoud Ga naar hoofdnavigatie Ga naar footer

Wijsheid boven NAP #4

Door: Astrid Jansen

Stinkende zeehelden met woeste baarden 

Het idee om water als wapen te gebruiken ontstond al tijdens de Tachtigjarige Oorlog, zoals we in Nederweetje #3 lazen. Toen bleek: in een plat land vol sloten, rivieren en dijken is natte grond soms de beste verdediging. Spaanse soldaten, gewend aan droge heuvels en stenen vestingen, wisten zich geen raad in het drassige laagland.

Bij het Leidens Ontzet in 1574 werd het omliggende land onder water gezet om de stad te bevrijden. Via het ondergelopen land bereikten de watergeuzen de bewoners en brachten voedsel voor hen mee. Die Watergeuzen waren nietsontziend en gevreesd. Aan het roer stonden calvinistische edelen die door het beruchte bloedraad-tribunaal of Raad van Beroerten ter dood waren veroordeeld. Ze hadden hun bezittingen zien verdwijnen als sneeuw voor de zon. Tot 1572 verbleven ze in Engelse en Duitse havens. Koningin Elizabeth I verjoeg hen in maart van dat jaar, waardoor ze terugkeerden. 

De zeelieden legden aan in een Nederlandse haven. Het toeval ‘op de juiste plaats en het juiste moment’ was hier van toepassing. Ze markeerden namelijk op 1 april 1572 een belangrijk moment in onze Nederlandse geschiedenis: de Opstand tegen de Spaanse overheersing kreeg op deze dag een voortvarende start. 

Welke vestingstad namen ze in dankzij een listige actie? 

A: Muiden
B: Woudrichem
C: Brielle

Ontdek hieronder welke stad ze veroverden en waarom dat zo’n keerpunt werd.


Watergeuzen vechten terug
Bij het Leidens Ontzet speelden de Watergeuzen een cruciale rol. Maar twee jaar ervoor kwamen ze al in actie en bepaalden daarmee min of meer de loop van de Nederlandse geschiedenis. Het waren geen deftige officieren, maar ruige kerels met woeste baarden en een neus voor avontuur. Ze stonken naar teer, sliepen op schepen en doken op waar de Spanjaarden het niet verwachtten. Vanuit de Noordzee bleken ze ook een efficiënte strategie te hanteren voor een guerrillastrijd op het land. Of was hun eerste grote stunt een toevallig mazzeltje?

Alva verloor zijn bril
Niet de inname van de plaatsen Muiden en Woudrichem aan de (latere) Oude Waterlinie, maar van vestingstad Den Briel op 1 april 1572 werd hun grote overwinning. De Spanjaarden hadden die dag even iets anders te doen, en 600 Watergeuzen maakten daar dankbaar gebruik van. Het nieuws verspreidde zich razendsnel. De Opstand kreeg wind in de zeilen. Vanaf dat moment waren de Watergeuzen niet slechts een plaaggeestige groep op zee, ze werden een serieus probleem voor het Spaanse rijk. En zo ontstond het schoolgrapje: “Op 1 april verloor Alva zijn bril” is een knipoog naar de verovering van Den Briel, die de Spaanse hertog van Alba zijn greep op Holland kostte.

Van balling tot bikkel
In het begin waren die Watergeuzen dus niet zulke helden, maar opgejaagde vluchtelingen. Veel van hen waren protestants en ontkwamen met moeite aan de strenge hand van de Spaanse inquisitie. Ze zochten hun toevlucht in Engelse en Duitse havens, waar ze zich organiseerden tot een varende verzetsbeweging. Toen Willem van Oranje hen kapersbrieven gaf, kregen ze de vrijheid om Spaanse schepen te enteren en bezette kuststeden aan te vallen. En zo werd uiteindelijk Brielle bevrijd…

Liever Turks dan Paaps
De Geuzen op zowel land als water stonden bekend om hun grote mond én hun slimme symboliek. Ze droegen soms een penning met de leus: Liever Turks dan Paaps. ‘Paaps’ stond voor alles wat met de paus te maken had en dus ook met de Spaanse inquisitie. Dan hadden ze nog liever een Turkse sultan. De opstandelingen zochten zelfs contact met het Ottomaanse Rijk in de hoop dat zij hen wilden steunen. Die leus was geen oproep tot bekering tot het islamitische geloof, maar een knalhard statement tegen religieuze en politieke onderdrukking. De Watergeuzen lieten op hun schepen zelfs vlaggen wapperen met die tekst. Een drijvend protest tegen de Roomse kerk én de Spaanse kroon. 

Trompetgeschal aan de horizon
Watergeuzen vochten op het water moedig tegen de Spanjaarden. Geuzen marcheerden ook strijdlustig over het land tijdens De Opstand. Dit leger van Willem van Oranje was een diverse en dynamische mix van verschillende groepen en sociale klassen. Van gewone boeren tot huurlingen en edelen: allemaal vochten ze voor de onafhankelijkheid van de Nederlanden.

Een enkeling blies liever op zijn trompet. Zoals Jan Klaassen, in het leger van de Prins. Krijg jij nu ook dat liedje in je hoofd? Grote kans dat je niet verder komt dan: Hij marcheerde van Den Helder tot Den Briel…  Daarom blazen we in het volgende weetje het stof van dit nummer uit de jaren zeventig met een knipoog naar de Tachtigjarige Oorlog.

Krijg je geen genoeg van de zeebonken van weleer? Lees dan verder op historianet

En wil je even terug in de tijd van Den Briel? En lezen waar de naam Geus vandaan komt? Klik hier.

Of liever een filmpje kijken? 

En hier nog een kritische blik op die stinkende strijders.