Ga naar inhoud Ga naar hoofdnavigatie Ga naar footer

Wijsheid boven NAP #6

door Astrid Jansen

Nederlandse meesters en Spaanse roofkunst
“Het circus van Jeroen Bosch” uit Land van Maas en Waal is niet zomaar een liedregel. In het vorige weetje legden we dat uit. Die bonte stoet komt recht uit de verbeelding van een middeleeuwse meesterschilder uit Noord-Brabant. De bizarre taferelen uit zijn werk inspireerden eeuwen later een beroemde Catalaanse surrealist.

Dat is niet het enige wat van Jeroen Bosch in Spanje belandde. De Spanjaarden roofden zijn drieluik De Tuin der Lusten en namen het als oorlogsbuit mee naar hun land. Het kwam nooit meer terug en hangt nog altijd in een museum in Madrid.

Wat was de echte naam van de middeleeuwse kunstschilder Jeroen Bosch?
A: Paulus Jan Bosch van Drakestein 
B: Jeroen Greveling
C: Jheronimus van Aken


Middeleeuwse meester – roofkunst en inspiratiebron voor Dalí
Wie het lied Land van Maas en Waal kent, herinnert zich vast de regel over “het circus van Jeroen Bosch”. Dat bonte gezelschap vol vreemdsoortige figuren doet denken aan de schilderijen van een van de bekendste kunstenaars uit de Nederlandse middeleeuwen: Jeroen Bosch.

Den duvelemakere
Jeroen Bosch werd rond 1450 geboren als Jheronimus van Aken, in ’s-Hertogenbosch. Zijn bijnaam ‘den duvelemakere’ (duivelenmaker) kreeg hij vanwege zijn bizarre, griezelige voorstellingen van monsters, zonden en helletoestanden. Met zijn kunst wilde hij mensen waarschuwen voor het zondige leven. Want wie niet deugde, wachtte de hel.

Lust en hel
Bosch’ beroemdste werk, De Tuin der Lusten, is een drieluik. Het begint met Adam en Eva in het Paradijs. Via een wereld vol naakte feestvierders in het middenpaneel, eindigt het beeldverhaal in een hel vol brand, marteling en waanzin. Het werk zit boordevol symboliek, hallucinerende taferelen en fantasiedieren. Tegelijkertijd is het verbluffend gedetailleerd.

Van Oranje naar Madrid
Aan het begin van de Opstand tegen Spanje hangt De Tuin der Lusten nog in het paleis van Willem van Oranje in Brussel. Maar in 1568 nemen Spaanse troepen het schilderij mee als oorlogsbuit. Uiteindelijk belandt het werk bij de Spaanse koning Filips II en komt het terecht in Madrid. Tot op de dag van vandaag is het daar te zien, in het beroemde Museo del Prado.

Dalí’s Nederlandse held
Vele eeuwen later raakt Salvador Dalí, geboren in onze eigen provincie Girona, gefascineerd door het werk van Bosch. In de surrealistische schilderijen van Dalí zijn duidelijke invloeden van deze Nederlandse meester te herkennen: vervormde lichamen, droomwerelden, vreemde wezens. Dalí noemde Bosch een van de weinige kunstenaars “die zijn verbeeldingskracht kon evenaren”.

Waanzin en kalmte
Dalí had een nog grotere bewondering voor een andere Nederlandse grootheid: Johannes Vermeer, meester van het licht en de stilte. Zijn adoratie voor Vermeer nam soms obsessieve vormen aan. Dalí noemde hem eens “de beste schilder ooit” en zag hem als een magiër van het alledaagse. Zo belichaamden Bosch en Vermeer voor Dalí twee uitersten: waanzin en kalmte. En beide Nederlandse kunstenaars liet hij terugkomen in zijn werk.

Geen olieverf maar stenen
Dalí’s laatste grote project was het surrealistische Theater-Museum in zijn geboorteplaats Figueres. Het werd een droomwereld waarin hij zijn kunst, zijn verleden en zijn obsessies bijeenbracht. Vandaag de dag is het een van de populairste bezienswaardigheden in Catalonië.
Maar hij was niet de enige die een bouwwerk als laatste levenswerk achterliet. 

Briljante breinen
Ook Gaudi, architect en ontwerper, wijdde zijn laatste jaren aan een imposant bouwwerk. Een modern kunstwerk dat eveneens droom en werkelijkheid vermengt. De twee begaafde meesters hadden nog een overeenkomst: iedereen vroeg zich af of ze nou gek waren of geniaal. 

Dit wereldwijd beroemde monument, waar nog steeds aan wordt gewerkt, vind je in ons Catalonië. Nieuwsgierig geworden? Hou het volgende weetje in de gaten!

Lees uitgebreide achtergrondverhalen over Jeroen Bosch
of alles over het turbulente leven over Dalí